Uitgelicht

Instrumenten: de basgitaar

 

Bandcoach 1 - mei 2009

 

Basgitaar

 

Bijna geen band zonder basgitaar. De bas zorgt voor het fundament van het bandgeluid en is tegelijk een belangrijk instrument binnen de ritmesectie van de band. Vaak onopvallend aanwezig, tot hij er ineens mee stopt of in de fout gaat. Een muzikale ontmoeting met de basgitaar.

 

Al eeuwenlang vervult de bas een belangrijke rol in veel muzieksoorten. De bas maakt het geluid vol en rijk, hij geeft bodem en fundering, zoals de contrabassen dat in de klassieke muziek doen. Of bijvoorbeeld de lage mannenstemmen in een zangkoor.
Diezelfde functie heeft de bas ook in de popmuziek en jazz. Maar daar is een belangrijke functie bij gekomen, namelijk die van ritmisch instrument. Samen met de drummer vormt de bassist de ritmesectie van de band. Volgens sommigen horen daar de gitarist en toetsenist ook bij. Dat is in zoverre waar, zo lang deze instrumenten ook ritmisch begeleiden.
Hoe dan ook, de drummer en bassist zijn de basis van de ritmesectie. Drums en bas vormen als het ware een tandem, waarop de rest van band kan meefietsen. Als die tandem lekker loopt, dan is dat aangenaam spelen voor de andere bandleden en klinkt de band lekker voor het publiek. En als die tandem niet loopt, dan zakt de band als een kaartenhuis in elkaar.
In dit artikel maken we (vooral muzikaal) kennis met de bas.

 

Van contrabas naar basgitaar

Eerst wat geschiedenis. De voorloper van de basgitaar is de contrabas (zie foto), het grootste en laagst klinkende strijkinstrument. In de jaren twintig van de vorige eeuw is men voor het eerst gaan plukken aan de snaren van de contrabas. Dat was in de tijd dat muziekstijlen zoals dixieland opkwamen.
In de decennia daarna werden de bands steeds groter en luidruchtiger. Met een contrabas kun je akoestisch veel volume maken. Maar het is hard werken om tegen het geluid van bijvoorbeeld een bigband met blazers en slagwerk op te kunnen. Overigens lukte dat bedreven contrabassisten als Ray Brown uitstekend. En tegenwoordig zijn contrabassen met de huidige techniek prima uit te versterken.
Maar dat was in de jaren vijftig een stuk moeilijker. Dat gegeven inspireerde de Amerikaanse gitaarbouwer Leo Fender tot het ontwikkelen van de basgitaar zoals we die nu kennen. Hij ontwierp een elektrische basgitaar op basis van de 'gewone' elektrische gitaar. Dus geen grote, holle klankkast meer zoals de contrabas, maar een 'solid body' met daarop een element dat het geluid van de snaren oppikt, om dat vervolgens naar een versterker te sturen.
Bijkomend voordeel: de elektrische basgitaar is een stuk kleiner en lichter dan de traditionele contrabas en daardoor handzamer.

 

Fender Precision Bass

Maar Leo Fender ging nog een stapje verder. Hij maakte ook fretten op de hals van de basgitaar, waardoor het gemakkelijk werd om zuiver te spelen. Want dat was ook een moeilijkheid van de (fretloze) contrabas: je vingers precies plaatsen om zuiver te kunnen spelen, het zogeheten intoneren. Om die reden noemde Fender zijn instrument de Precision Bass. De Fender Precision Bass kwam in 1951 op de markt en was een commercieel succes.
Uiteraard werd Fender nagevolgd door andere gitaarbouwers, zoals Gibson. De ontwikkelingen zijn daarna doorgegaan, er zijn veel merken bij gekomen, maar in essentie is de basgitaar steeds hetzelfde gebleven.
In de jaren zeventig was de Amerikaanse bassist Jaco Pastorius (zie kader Grootheden) één van de eersten die de fretten uit zijn basgitaar sloopte en fretloos ging spelen. Een fretloze bas klinkt zangeriger en biedt weer andere speelmogelijkheden.

Vier- en vijfsnarige basgitaar

De meeste basgitaren hebben, net als de contrabas, vier snaren. Deze zijn gestemd (van laag naar hoog) in E-A-D-G. Dat is dezelfde opeenvolging als de laagste vier snaren van een gitaar, maar dan een octaaf lager.
Er zijn ook basgitaren met vijf snaren: onder de lage E zit dan een (nog lagere) B, om zo nog verder 'de diepte' in te kunnen. Met de opkomst van virtuoze bas-solisten kwam er behoefte aan een extra snaar in de hoogte. Zo ontstond de zessnarige bas, met boven de G nog een extra hoge C-snaar. Maar de meeste bassisten kunnen prima uit de voeten met een vier- of vijfsnarige basgitaar en die zie je dan ook het meest.
Met de komst van de basgitaar is de contrabas zeker niet uitgebannen. De contrabas wordt in bepaalde muziekstijlen nog steeds gebruikt. Met name in de jazz, maar bijvoorbeeld ook wel in de blues. In essentie hebben de basgitaar en de contrabas beide dezelfde functie in de muziek, maar verschillen ze qua klank, karakter en de muziekstijlen waar ze zich voor lenen. Dat maakt het toch twee verschillende instrumenten, met bovendien ieder een eigen speeltechniek.

 

Basgitaar

 

Bas in jazz en popmuziek

Vóór de popmuziek was jazz de belangrijkste muziekstijl binnen de lichte muziek. In de jazz wordt doorgaans anders bas gespeeld dan in bijvoorbeeld pop, rock en blues. Kenmerkend aan de bas in de jazz is dat deze vaak een walking bass is, oftewel 'lopende bas'. Bij walking bass speelt de bassist op iedere kwart (op iedere 'tel') een basnoot en loopt zo als het ware over de akkoorden heen.
Aangekomen op de eerste tel van het volgende akkoord speelt hij dan vaak de grondtoon van dat akkoord (dus een C op een C-akkoord etc.), maar dat hoeft niet per se. In de jazz heeft de bassist de vrijheid om voor die eerste tel een andere toon uit het akkoord te kiezen, bijvoorbeeld de terts. In een Cmajeur akkoord zou dat dan de E zijn. Daarmee geeft de bassist het gespeelde akkoord een andere kleur.
In de popmuziek is dat anders. Daar speelt de bassist vrijwel altijd op de eerste tel van een akkoord de grondtoon van dat akkoord. Uiteraard bestaan er uitzonderingen. Een voorbeeld is de zogeheten aflopende bas. Neem de Top 2000 klassieker A Whiter Shade Of Pale van Procol Harum. In de eerste twee maten zitten de akkoorden C-Em-Am-C (of nog mooier: C-Cmaj7-Am-Am7). De bas speelt daar aflopend C-B-A-G, dus niet van alle akkoorden de grondtoon, maar andere tonen uit het akkoord.

Samenwerking bas en drums

Zoals aan het begin van dit artikel al is verteld: de bas vormt samen met de drums de ritmesectie van de band. Daarmee krijgt de bas een verantwoordelijke en tegelijk kwetsbare positie binnen de band. Zo lang de bas lekker doorloopt, is er niks aan de hand. Maar een foutje of een hapering hoor je meteen. Ook mensen met minder muzikale oren horen dat. Gitaristen en toetsenisten kunnen hun fouten vaak gemakkelijker verbergen of gewoon even niet spelen. Dat geldt niet voor de bassist en drummer.
In de muziekwereld zie je dat artiesten doorgaans 'leunen' op hun ritmesectie. Bas en drums zijn een soort wegwijzers in de muziek. Een goede ritmesectie is strak in de timing, speelt foutloos en niet twijfelachtig, kent de vorm van het nummer, kan goed volgen en gaat mee in de dynamiek van de band (hard en zacht).
De bassist richt zich op de drummer. En dan met name op de snaredrum en de basedrum. De bassist speelt het base-patroon mee, zodat je een lekkere 'dreun' krijgt in de muziek.
De eerste tel van een maat (of van een akkoord) is voor de bas erg belangrijk. Daar moet een dikke basnoot liggen, die niet twijfelachtig mag klinken. 'On the one', zoals Bootsy Collins zegt, voormalig bassist van James Brown.
Tussen die belangrijke noten (eerste tel en basedrum) is er voor de bas ruimte voor 'loopjes'. In de pop- en rockmuziek liggen de baslijnen doorgaans vast, maar in andere muziekstijlen (zoals blues) is meer ruimte voor variatie en improvisatie.

Leunen op je bassist

Hoe beter een bassist en een drummer elkaar muzikaal kennen, hoe beter hun samenspel. Een bassist die moet invallen in een band met een drummer die hij niet kent, heeft meestal een paar nummers nodig om aan de drummer te wennen. Als bassisten worden ingehuurd om artiesten te begeleiden, nemen ze vaak het liefst hun eigen 'drumvriendje' mee. Daarom wordt de ritmesectie nogal eens als een geheel ingehuurd.
Bassisten zijn doorgaans goed in de structuur en de vorm van een nummer. Daarmee fungeren ze als wegwijzers in de muziek, waarop je als muzikant lekker kunt leunen als je zelf even de weg kwijt dreigt te raken.
Stel een akkoord duurt acht maten en je bent als gitarist of toetsenist niet handig in het tellen of aanvoelen van die acht maten. Dan kun je bassist in de gaten houden om te zien (aan de hand op de hals) of te horen wanneer het nummer naar het andere akkoord gaat.
Maar leun niet te veel op je bassist. Want heb je slecht podiumgeluid of kun je de bassist niet goed zien, dan ga je nat. Probeer zelf ook dat gevoel voor vier, acht of meer maten te ontwikkelen. In geval van nood kun je dan altijd nog terugvallen op je bassist, de 'chauffeur van het busje'.

 

Grootheden op de basgitaar

Wie zijn de beroemdste bassisten? Daarover kun je van mening verschillen, maar we noemen hier vier bassisten die van grote invloed zijn geweest.

James Jamerson
James Jamerson (1936-1983) was in de jaren zestig en zeventig de bassist van de Funk Brothers, de huisband van platenlabel Motown, bekend van de vele soulklassiekers. Hij heeft op heel veel soulnummers de baspartij ingespeeld (Temptations, Stevie Wonder, Marvin Gaye, Michael Jackson etc.). Jamerson is de bassist die als eerste de walking bass verliet en de melodische baslijn heeft geïntroduceerd: mooie, gevarieerde loopjes, die desondanks niet stoorden in de muziek maar er juist mee versmolten.

Jaco Pastorius
Jaco Pastorius (1951-1987) speelde zeer melodieus en maakte van de basgitaar een solo-instrument. Ook was hij één van de eersten die fretloos gingen spelen. Hij was een virtuoze bassist en was altijd aan het experimenteren met zijn sound. In zijn spel maakte hij vaak gebruik van zogeheten flageoletten: het opwekken van boventonen door de snaar op een bepaalde plek te dempen. Jaco Pastorius maakte furore met jazzrock-formatie Weather Report.

Larry Graham
Larry Graham (1946) is vooral bekend als bassist van Sly & The Family Stone, een befaamde funk/soul-formatie rond 1970. Graham wordt gezien als de uitvinder van de zogeheten slapping-techniek (zie kader over bastechnieken).

Marcus Miller
Marcus Miller (1959) is een virtuoze bassist, die de technieken van de hiervoor genoemde bassisten combineert in zijn spel. Bijvoorbeeld door de melodieuze lijnen van Pastorius (zoals in Teen Town van Weather Report) te spelen met de slaptechniek van Graham.

 

Tips voor bassisten

  • Een goede bassist speelt functioneel (in dienst van de muziek), strak en zonder twijfel. Om dat te kunnen, moet je endurance (uithoudingsvermogen) ontwikkelen, om zo een bepaalde groove lang vast te kunnen houden zonder 'eruit te lopen'. Dat is het eerste dat je als bassist moet kunnen, maar is tegelijk heel moeilijk.
  • Die endurance om strak te blijven spelen is het beste te oefenen met een metronoom. Je kunt ervan op aan dat de meeste goede bassisten veel met de metronoomhebben geoefend en dat nog steeds doen. Natuurlijk kun je ook met een ritme-apparaat oefenen, maar met een metronoom ga je nog geconcentreerder spelen.
  • Ontwikkel je ritmegevoel door met je voet op de tel mee te gaan. Dat is tegelijk een motorische oefening, want de voet gaat niet mee met het ritme van de bas maar blijft op de tel. Door dit te doen, ontwikkel je een soort natuurlijke 'inwendige' puls om in de maat te blijven. Dit is ook een nuttige oefening voor andere instrumentalisten.
  • Met name in het amateurcircuit zijn er best veel bassisten die de harmonieleer (toonladders en akkoorden) niet beheersen. Zo komt het wel eens voor dat de bassist een baslijn speelt gebaseerd op een majeur-akkoord, terwijl de band een mineur-akkoord speelt. Dat gaat enorm wringen en het is ook gewoon fout. Zorg dat je als bassist de harmonieleer kent. Er zijn genoeg boekjes over harmonieleer te krijgen en natuurlijk besteedt Bandcoach hier ook aandacht aan.
  • Als je nummers uitzoekt, zoek dan niet alleen de baslijn uit, maar ook de akkoorden en de melodie. Zo leer je een nummer goed kennen en kun je de mooiste baslijnen spelen. Paul McCartney speelt bij opnames het liefst als laatste partij de bas in, om het nummer zo mooi mogelijk in te kleuren met de bas.

 

Stuwend, op de tel en laid back

De bassist richt zich op de drummer, maar kan wel kiezen hoe hij de timing doet van de noten die hij tegelijk met de drums speelt. Hij kan zijn noten iets vóór de drum spelen (stuwend), precies tegelijk met de drum (op de tel) of er net iets na (laid back, lui of 'gaan hangen').
Over deze materie is altijd veel discussie. Het is niet iets wat je in milliseconden of andere tijdeenheden kunt uitdrukken, het is meer een gevoel. Op de dvd bij deze Bandcoach worden de verschillende speelstijlen gedemonstreerd.
Welke stijl je kiest, hangt van meerdere factoren af. Soms is het gewoon een persoonlijke voorkeur en is het een stijl die bij iemand hoort. De gekozen speelstijl heeft ook met de muziekstijl te maken. Funk moet stuwend, in Nederlandstalige muziek wordt veel op de tel gespeeld, een slow blues speel je laid back.
Wat je wel moet voorkomen, is dat je als band met z'n allen gaat stuwen of gaat hangen. Want als iedereen stuwt is een tempoversnelling doorgaans onvermijdelijk. En als iedereen hangt, zal het tempo zakken. Als je veel met elkaar speelt, kun je hierin groeien.

 

Zit de bassist niet in de weg

Bij het begeleiden zit de bas meestal in gebied A (e tot en met g). Maar hij kan hoger, gebied B in (tot en met a). Wel moet de bassist ervoor zorgen dat hij zijn medemuzikanten niet in de weg zit door te hoog of te druk te spelen.
Andersom geldt ook: de andere instrumentalisten moeten de bas niet in de weg zitten. Daarom doen ze er goed aan om toongebied A te mijden. Want als je in het laag twee verschillende tonen speelt, gaat dat onaangenaam en rommelig klinken. Dus toetsenisten: niet te ver naar links met die linkerhand. Want die lage tonen komen voor rekening van de bassist. Overigens zit de bassist niet in ieder nummer in het hoogste gedeelte van gebied A, maar dit deel blijft een 'gevarenzone'.

 

Waar op het podium?

Waar op het podium kan de bassist het beste gaan staan? Dat is náást de drummer (dus niet ervoor), aan de kant van de hi-hat. Dat is de beste plek om het natuurlijke geluid van de drummer te horen en dan speel je het strakst. Het is niet verstandig dat er een gitarist tussen de bassist en de drummer staat. Voor de bassist wordt het dan een stuk moeilijker om de drums te volgen.

 

Waar basversterker plaatsen

De beste plek voor de basversterker is vier meter bij de bassist vandaan. Daar hoor je hem namelijk het beste. Dat komt doordat het volume van de basversterker in een soort golfvorm varieert over de afstand. Daardoor klinkt een basversterker dichtbij minder hard dan iets verderaf.
Helaas zijn de meeste podia te klein (zeker in kroegen) om je basversterker vier meter bij je vandaan te zetten. Dus dat is meestal behelpen.

 

Laag komt verder

Besef dat het lage basgeluid beter door een mensenmenigte zijn weg kan vinden dan geluid met veel mid of hoog. Dat komt doordat laag geluid langere geluidsgolven produceert. Die kunnen gemakkelijker 'de bocht om' dan middenlange en korte golven (mid en hoog). Als de bas op het podium naar verhouding te hard staat en je speelt zonder PA in bijvoorbeeld een kroeg, dan horen de achterste rijen bijna alleen nog maar de bas.

 

Bastechnieken

Hier worden de belangrijkste bastechnieken kort beschreven.

  • Met plectrum  Het spelen met plectrum werd vooral gedaan in de beginjaren van de basgitaar. Dat kwam doordat veel bassisten uit die tijd van oorsprong gitarist waren en het zodoende gewend waren om met plectrum* te spelen. Er zijn nog steeds bassisten die zo spelen, bijvoorbeeld in heftige, snelle muziek als de grunge. Als je met plectrum speelt, hoor je een tik in het geluid van de bas.
  • Met de vingers  Dit is de meest gebruikte techniek, waarbij de basgitaar wordt bespeeld met wijsvinger en middelvinger. Uit motorisch oogpunt de prettigste techniek.
  • Slappen  Slappen doe je door met je duim op de snaar te slaan en met andere vingers aan de snaren te trekken. Dat geeft een specifiek geluid, dat veel in de funk wordt gebruikt maar ook wel in andere muziekstijlen. Het is eigenlijk drummen op je basgitaar.
  • Tappen  Als je tapt op een basgitaar, speel je met de hand op hals de grondtoon en speel je met de andere hand een melodielijn. Wordt niet zoveel gedaan, zeker niet in het begeleiden. Het is vooral een kunstje.

 

Door Fred Meijer
Foto's: Hans Prinsen e.a.
Met dank aan Marco Oonincx, bassist en bandcoach

 


 

Gratis proefnummer

 

Uitgelicht...

Informatie uit Bandcoach Magazine:

 

Speciale artikelen...

 

feb./mrt. 2012

In Bandcoach 15 (feb./mrt. 2012)

  • Instrument: de trombone
  • Entick Shot in de studio
  • Femke Krone's avonturen op de NAMM
  • Bandcoach challenge op Next Best Band
  • Singer-songwriters Academy
  • Techniek: snaren
  • Muziekacademie: timing en groove (2)
  • Zangtechniek: gebruik je hersenen!

 

En nog veel meer!


Follow Bandcoach_eu on Twitter

 


 

Bandcoach nieuws

 

Groot aanbod workshops GESEL XL

 

Gevarieerd programma Amersfoort Jazzfestival

 

Annie M.G. Schmidtprijs

 


 

Next Best Band

 

Neem nu een abonnement

 

banner SAE